Archief

Jaar 2008

Jaar 2014 | Jaar 2013 | Jaar 2012 | Jaar 2011 | Jaar 2010 | Jaar 2009 | Jaar 2008 | Jaar 2007 | Jaar 2003 | Jaar 2002 | Jaar 2000 |

07 april 2008 - Goelag

Publicatie 'Goelag in de Indische Archipel', N. Makdoembaks

Vandaag publiceert arts-onderzoeker Nizaar Makdoembaks een omvangrijke studie (510 p.) waarin hij de behandeling van joodse vluchtelingen en stakers door koloniale overheden in WO II aan de kaak stelt. Het boek bevat onder meer het verhaal van de Joodse vluchtelingen die maanden over de Caraïbische zee moesten zwerven omdat ze nergens werden opgenomen. Maar ook het verhaal van de vijftien Chinese stakers die in 1942 werden omgebracht maakt een belangrijk onderdeel van het boek uit, evenals de geschiedenis van de Indonesische KPM-stakers die in Australische kampen vol Japanse krijgsgevangenen terecht kwamen. De rode draad van het boek wordt gevormd door de roep om erkenning van het belang van de voormalige koloniën voor de geallieerde oorlogsvoering.
De rol van Suriname en de Antillen in de Tweede Wereldorlog is onvoldoende erkend. Dat zegt auteur en arts-onderzoeker Nizaar Makdoembaks, voorzitter van de stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao. Hij stelt dat de oorlog jaren langer zou hebben geduurd zonder de bijdragen uit Suriname en de Antillen.
Bekend is dat de Surinaamse bauxiet-industrie en de olie-industrie op Curaçao en Aruba hebben bijgedragen aan de overwinning van de geallieerden. Maar Makdoembaks doelt vooral op de rol van de werknemers van deze sectoren. Een erkenning van hun bijdrage zou betekenen dat ook de schendingen van hun mensenrechten die de Nederlandse overheden begingen in de oorlog erkend zouden moeten worden. Volgens Makdoembaks is dat de reden dat de bevolkingen van Suriname en De Antillen niet de eer krijgen die hen toekomt. Dit terwijl, zo stelt Makdoembaks, die erkenning zo'n welkome tegenhanger van alle negatieve berichtgeving zou kunnen vormen.
Nizaar Makdoembaks: “Surinaamse, Chinese en Indonesische slachtoffers van het Nederlands koloniaal bestuur hebben na zoveel jaren nu recht op correctie van de geschiedenisboeken en excuses en compensatie van de huidige regering. Veel (ex-)rijksgenoten uit West- en Oost-Indië ervaren het als grievend dat hun bijdrage bij de bevrijding van Europa en zijn koloniën in de vaderlandse geschiedschrijving zo weinig aandacht krijgt en dat zo eenzijdig feiten worden geïnterpreteerd. Mijn onderzoek, dat voor het grootste deel bestond uit studie van de acht deelrapporten (19 boekdelen) van de Parlementaire Enquêtecommissie 1940-1945, leidt tot schokkende interpretaties. Er zijn mensenrechten grof geschonden. De heersende situatie in WO II maakte het voor de koloniale regering mogelijk om de gebeurtenissen te censureren. Ook na de oorlog, met name tijdens het onderzoek van de Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, is censuur gepleegd op essentiële feiten over de schending van de mensenrechten van de inheemse West- en Oost-Indische stakers."
Makdoembaks bij de inzegening van Kolebra Bèrdè in 2003.

Vorige